Self-handicapping: Waarom we soms onze eigen prestaties saboteren

Hoe bereid je een belangrijk examen, een sportwedstrijd of grote presentatie voor? Dat weten we allemaal best: op tijd naar bed, niet te veel drinken en op tijd beginnen met de voorbereiding. Toch zijn er mensen onder ons die precies het tegenovergestelde doen. Ze stellen eindeloos uit, gaan te laat slapen of verschijnen met een kater op kantoor. Niet eens echt expres. Het gebeurt gewoon.

Self-handicapping wordt dit genoemd, je zorgt er zelf voor dat je door omstandigheden slechter presteert. Dom? Op zich wel. Maar dit gedrag beschermt ook je ego. Ik kan het weten, want ik heb mijn hele schooltijd aan deze zelfsabotage gedaan. Huiswerk maakte ik niet, op de ochtend voor het tentamen sloeg ik eens mijn boek open. Tijdens de les lag ik te slapen op mijn boeken of tekende ik in de kantlijnen. Dit was te zien aan mijn punten, die waren magertjes.

Hangt niets van af

Waarom deed ik zoiets? Het antwoord is eenvoudig: als ik hard zou leren en een onvoldoende zou halen, dan voelde ik me dom. Als ik niet leerde en een onvoldoende haalde, dan kon ik de schuld geven aan de omstandigheden: mijn slechte voorbereiding of de ‘hond die mijn huiswerk opat’. Haalde ik per ongeluk toch een goed punt, nouja, dan was ik blijkbaar toch behoorlijk slim. Hele teams aan leraren hebben hun hoofd gebroken over hoe ze me aan het leren moesten krijgen, maar het is ze niet gelukt.

Self-handicapping voelt namelijk prettig. Wat je ook doet, er hangt werkelijk helemaal niks van je prestaties af. Dat blijkt ook uit onderzoek naar studenten die worden uitgedaagd voor een wedstrijdje flipperen. Van tevoren mochten de deelnemers even oefenen met het spel, maar studenten die hoog scoren op self-handicapping deden dat nauwelijks. Tijdens het spelen hadden zij echter de meeste lol. Ze vonden achteraf ook dat ze het best prima hadden gedaan.

Self-handicap­ping voelt namelijk prettig. Wat je ook doet, er hangt werkelijk helemaal niks van je prestaties af

Achter al dit losbollerige gedrag zit faalangst en schaamte. Geen wonder dat ik niet geholpen was met slimme studeerstrategieën of een beter agendabeheer. Ik had nooit geleerd om te gaan met tegenvallende resultaten. Slecht presteren voelt naar, maar ik leerde later dat die gevoelens maar kort duren. Uiteindelijk kun je alleen maar beter worden door af en toe op je plaat te gaan.

Deze column verscheen eerder in AD