Worse-than-average-effect: waarom we onszelf soms onderschatten

Heb jij een hoge pet op van jezelf? Er zijn een heleboel denkfouten bekend die ervoor zorgen dat je jezelf veel te hoog inschat. Bijna iedereen vindt zichzelf aardiger, beter in zijn vak en een betere chauffeur dan anderen. We nemen verantwoordelijkheid voor allerlei successen waar we bar weinig voor hebben gedaan en als iets mislukt, wijzen we gauw naar iemand anders of klagen we over tegenzittende omstandigheden.

Misschien kloppen deze gedachten niet, maar ze zijn wel heel gezond voor je, zeggen onderzoekers. Deze denkfouten maken je een optimist en dat zorgt op zijn beurt weer voor geluk, gezondheid, succes en goede relaties. Tenminste, dat wijzen onderzoeken tot nu uit.

Het vervelende is alleen: onderzoekers zijn net mensen. Iedereen wil wel zo’n optimist zijn die zich van het ene in het volgende avontuur stort, een doorzetter die zich niet uit het veld laat slaan. Het past wel in onze maatschappij, waarin wordt gedaan alsof je alles kan worden wat je wilt, als je je best maar doet. Dus wordt hier veel onderzoek naar gedaan.

Vast depressief

Onderzoek naar ‘mindere’ eigenschappen raakt een beetje ondergesneeuwd, terwijl die op de langere termijn misschien wel beter zijn. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar het worse-than-average-effect: denken dat je slechter presteert dan anderen. Van lastige taken denken we niet zo gauw dat we er beter in zijn. Jongleren, op een eenwieler rijden: niet voor ons weggelegd. Mensen die vaker zo denken zijn vast depressief, dachten onderzoekers.

Onderzoek naar ‘mindere’ eigenschap­pen raakt een beetje onderge­sneeuwd, terwijl die op de langere termijn misschien wel beter zijn

Natuurlijk, als je denkt dat je slecht bent in spreken voor een groep en je krijgt nu de microfoon, dan bak je er waarschijnlijk weinig van en voel je je belabberd. Maar op de langere termijn zorgt het effect ervoor dat je moeite wilt doen om te groeien en beter om kan gaan met tegenvallers. Optimistische studenten die hun academische kwaliteiten overschatten, hadden na vier jaar studie flink wat van hun zelfvertrouwen verloren, terwijl de ‘pessimisten’ nergens last van hadden.

Mensen die denken dat ze heel populair zijn, zijn dat in eerste instantie wel, maar op de lange termijn worden minder opvallende mensen aardiger gevonden. Bescheidenheid siert de mens, maar het helpt je misschien ook om zonder deuken in je ego te kunnen groeien in je vak.

Deze column verscheen eerder in AD