Counterfactual thinking: Waarom we liever brons dan zilver winnen

Voor wie de Olympische Spelen volgt: let eens op de gezichten van de medaillewinnaars op het podium. Daar is namelijk iets vreemds aan de hand. De winnaar van de gouden plak is zielsgelukkig, dat spreekt voor zich. De derde in het rijtje staat ook een partij te stralen, maar dan nummer twee. Die lijkt vaak het minst blij van alle drie, soms zelfs ronduit ongelukkig.

Dat is ook echt zo, denken onderzoekers die dit fenomeen voor het eerst in kaart brachten tijdens de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. Terwijl de winnaar van de derde plek zich gelukkig prijst dat hij überhaupt op het podium mag staan en denkt aan al die andere tegenstanders die daar niet staan, slaat de winnaar van zilver aan het piekeren. Nét geen goud. Wat als hij net een tandje had bijgezet? Wat als hij iets anders had gegeten? Beter naar die tip van de coach had geluisterd, toch zijn favoriete onderbroek had gedragen? Counterfactual thinking, of tegenfeitelijk denken, zo heten die wat-alsjes in de psychologie. Je bedenkt dingen die gewoon niet gebeurd zijn en dus tegen de feiten ingaan. Vaak denken we opwaarts, we vergelijken onze situatie met een betere. 

Vaak denken we opwaarts, we vergelij­ken onze situatie met een betere

Zo greep ik ooit naast mijn droombaan en bleef maar nadenken over wat ik beter had moeten doen. Wat ook niet hielp was dat ik de favoriet was van alle sollicitanten, maar dat na alle gesprekken de opdrachtgever besloot om helemaal niemand aan te nemen. De ideale kandidaat moest blijkbaar nog geboren worden. Ik was zó dichtbij en dat gevoel van ‘bijna’ maakt tegenvallers nog zwaarder. Zeker een jaar lang baalde ik nog flink om die verloren kans.

Schouders ophalen

De andere kandidaten die na het eerste gesprek afvielen hadden hier vast geen last van. Ze haalden waarschijnlijk hun schouders op en gingen door met hun leven. Zij vergeleken hun situatie neerwaarts, net als de winnaars van brons: ze prijsden zich gelukkig dat ze in elk geval uitgenodigd werden, dat kan niet iedereen zeggen. Dit neerwaarts tegenfeitelijk denken geeft meer tevredenheid en levensgeluk. Toch is opwaarts tegenfeitelijk denken ook ergens goed voor, zolang je er niet in blijft hangen: al die wat-alsjes zorgen dat we volgende keer meer ons best doen. Jaren later kreeg ik de baan alsnog.

Deze column verscheen eerder in AD