Schema’s: waarom we allemaal denken dat we gelijk hebben

Toen ik in een ver verleden op een roc (regionaal opleidings- of opleidingencentrum)-administratie werkte, hoorde ik het gerucht dat er een groot stagebedrijf was dat alleen autochtone leerlingen wilde. En ook nu nog lees ik dat in de krant. En dat mbo’ers met een migratieachtergrond bovendien minder kans op een baan hebben.

Onbegrijpelijk, vond en vind ik. Het brak mijn hart om hardwerkende leerlingen te zien waarvan ik wist dat hun dromen geknakt zouden worden, zodra ze de poorten van de school uit zouden lopen. En natuurlijk, niet elke leerling zette zich keihard in, maar ik was zelf ook een vrij waardeloze stagiair. Het was een lastige periode waarin ik geen idee had wat ik aan moest met mijn studie, mezelf en mijn leven.

Waar ik enkele kinderen zie die klem zitten in lastige omstandigheden, zien anderen bewijs voor een hele bevolkingsgroep die niet wil deugen. Hoe kan dat?

Informatie ordenen

Om te begrijpen waarom ons wereldbeeld zo verschilt, is een beetje kennis van de hersenen nodig. Daar komt voortdurend een overweldigende storm aan geluiden, beelden, geuren en gevoelens binnen. Aan jou de taak om hier zinnige informatie uit te halen. Dit doen we door alle informatie in schema’s te ordenen.

Informatie die in je schema past, onthoud je het best

Je hebt schema’s over van alles. Van koffie (hard nodig ’s ochtends, oplos is vies, koffieapparaat op de begane grond is de beste) en kopieerapparaten (CTRL+P, lopen altijd vast, nieten in de verkeerde hoek) tot de kantinedames (altijd lachen, kort pittig kapsel, schlagermuziek).

Beter onthouden

Informatie die in je schema past, onthoud je het best. In een klassiek experiment kregen proefpersonen allemaal precies dezelfde film te zien. Alleen dacht de ene helft dat de film ‘de serveerster’ heette. De andere groep kreeg de titel ‘de bibliothecaresse’ mee. De titel bepaalde welk schema de proefpersonen toepasten op de film en dus herinnerden ze andere dingen. Het is makkelijker te onthouden dat de serveerster bier drinkt, dan wanneer de bibliothecaresse dat zou doen.

De discriminerende stagebegeleider heeft dus een ander schema dan ik. Allebei herinneren we andere dingen en zien we voortdurend bewijs dat ons schema bevestigt. Daardoor hebben we allebei het gevoel dat we gelijk hebben en de ander het verkeerd ziet. Een eerste stap naar een realistischer wereldbeeld is durven twijfelen aan onze schema’s.

Deze column verscheen eerder in AD

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *