Allure of neuroscience-bias: hersenpraat maakt alles geloofwaardiger

Wil je graag een blauwe wand in je kantoor? Of gratis fruit voor alle werknemers? Een neurowetenschappelijke verklaring kan je meer overtuigingskracht geven. Zeg bijvoorbeeld dat blauw zorgt voor betere werkprestaties, omdat het de prefrontale cortex stimuleert die essentieel is voor aandacht en concentratie. Of beweer dat fruit zorgt voor meer vitaliteit, omdat de vitaminen en mineralen zorgen voor een goede en snelle concentratie van hersencellen.

De ‘allure of neuroscience’-bias wordt dit genoemd, ofwel de ‘aantrekkelijkheid van neurowetenschap’-denkfout. Alles wordt net iets geloofwaardiger als je er een leuke hersenkern aan weet te verbinden. Zeg dat de nucleus accumbens of de basale ganglia oplichtte op MRI-hersenscans en de wereld is je oester.

Goedgelovig 

Ja maar, ik weet niks van hersenen, zeg je nu. Nou, dat blijkt voor dit soort argumenten weinig uit te maken. Bijna niemand weet namelijk iets van hersenen. Dat zou je natuurlijk ook kunnen zeggen van kwantummechanica of epigenetica, ook daar weten de meeste mensen niks van. Dus misschien zijn argumenten over genen of Schrödingers kat ook goed? Onderzoekers vroegen zich dat ook af. Zij wilden weten of mensen extra goedgelovig zijn als het gaat om neurowetenschappelijke verklaringen, of eigenlijk bij alle wetenschappelijke ingewikkelde materie.

Ze lieten daarom proefpersonen allerlei complexe verklaringen uit de psychologie, neurowetenschappen en harde wetenschappen lezen voor wetenschappelijke bevindingen. En wat bleek? Neurowetenschappen won in overtuigingskracht, elke keer. Of het nou een zinnig argument was, of helemaal niet.

Neuroweten­schap­pen won in overtui­gings­kracht, elke keer. Of het nou een zinnig argument was, of helemaal niet

Hersenhelften

Dat weten meer mensen. Zoveel marketeers en goeroes die allerlei verhaaltjes verspreiden over linker- en rechterhersenhelften of vrouwen- en mannenbreinen om hun verkoopwaar kracht bij te zetten. Zelfs mijn sporttrainer vertelt me de hele dag hoe mijn ‘reptielenbrein’ me probeert te verleiden tot slecht eten en niet sporten. Ik denk dat hij geen idee heeft wat ik eigenlijk doe voor de kost, dus ik knik braaf.

Waarom trappen mensen in deze kletsverhaaltjes? Vermoedelijk omdat mensen geloven dat de basis van ons gedrag in de hersenen ligt. Wij zijn ons brein, nietwaar? Neurowetenschap verklaart al ons gedrag, denken we. Dat is niet zo, soms levert de sociologie of psychologie veel betere antwoorden. Maar dat hoeft jouw leidinggevende niet te weten. Die hoeft alleen te weten wat kleuren met je hersenen doen en daar weet jij toevallig alles van.

Deze column verscheen eerder in AD

Bronnen:

LinkedIn
Twitter
Facebook
RSS

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *