Social loafing: Waarom mensen in een groot team langzamer werken

Het seizoen van de bladblazer is weer begonnen. Het monotone geloei haalt me standaard uit mijn werkmodus. Getergd staar ik uit het raam. Niet dat de gemeentewerkers hierdoor ook maar een slag harder doorwerken, al moet ik zeggen dat ze sowieso wel aardig opschieten. Het typische beeld van de gemeenteschoffelaar die wat op zijn gereedschap hangt en toekijkt hoe een teamlid al het werk doet, is blijkbaar achterhaald.

Touwtrekken

Misschien dat deze groene teams ondertussen ook hebben gehoord van social loafing, of vrij vertaald: sociaal nietsnutten. Hoe meer mensen in ons team, hoe groter de kans dat we minder hard werken. Experimenten hiernaar zijn al meer dan honderd jaar oud. Zo liet Franse landbouwkundige Max Ringelmann in 1913 zijn studenten touwtrekken. In hun eentje leverden ze 100 procent inspanning. Kregen ze hulp van twee medestudenten dan deden ze nog maar voor 85 procent hun best. Gingen er acht studenten in een team touwtrekken, dan leverden ze de trekkracht van vier studenten.

Het is niet per se zo dat mensen dit doen omdat ze lui zijn. We luilakken meer wanneer we het idee hebben dat we niet zoveel kunnen bijdragen en anderen in ons team beter zijn. Of wanneer het team enorm groot is, de taken niet zo uitdagend zijn of de andere teamleden ook een beetje lui. Niemand wil de sukkel zijn die alles doet.

We luilakken meer wanneer we het idee hebben dat we niet zoveel kunnen bijdragen en anderen in ons team beter zijn

Excellijst 

Toen ik mijn carrière startte als webredacteur was een van de eerste klussen om de hele website beter vindbaar te maken voor Google. Honderden of misschien wel duizenden artikelen moesten worden aangeklikt en vervolgens voorzien van tussenkopjes, linkjes en plaatjes. Heel saai. We ploegden met vijf man aan een ellenlange excellijst die maar niet korter leek te worden. De stagiaire ging nog liever koffie halen.

Hoe had mijn teamleider ons kunnen motiveren? Hij had ons tijd kunnen laten boeken, zodat het duidelijker was hoeveel tijd en energie iedereen in de klus had gestoken. 

Hij had de taken ook kunnen verdelen, net als bij de bladblazende gemeentewerkers in mijn straat. De een doet goten, de ander de stoep, de volgende bestuurt de veegmachine. Ieder heeft het gevoel dat hij ertoe doet en zet zich 100 procent in. Fijn voor hen, én voor mij. Kan ik weer lekker ongestoord doorwerken.

Deze column verscheen eerder in AD

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *