Regret avoidance: waarom we blijven hangen in een uitzichtloze baan

Afgelopen kerst kreeg ik een cadeautje dat ik wel moést houden, ook al vond ik er niet veel aan. Met familie deed ik zo’n dobbelspel om cadeautjes. Ik won vetbollen, een oesterzwam-kweekset, maar ook een vijfde staatslot. Hoewel dit laatste een klein cadeau was – het kost 3 euro – wilde ik het onder geen beding ruilen voor huissokken ter waarde van 12 euro. Zelfs niet voor 12 euro contant, waarmee ik 4 nieuwe loten kan kopen.

Vreemd toch? Logisch gezien zou ik het grotere cadeau moeten kiezen. Want dat lot wordt waarschijnlijk niet meer waard. De kans dat je de hoofdprijs wint, is schijnbaar één op zes miljoen. Miniem dus. Nog kleiner zelfs dan geraakt worden door de bliksem. Maar het zou wel heel dom zijn als ik het zou ruilen en het bleek tóch een winnend lot. Dat zou ik mezelf nooit vergeven.

Business Insider probeerde op straat lootjes over te kopen

Emotionele pijn

‘Regret avoidance’ noemen economen dit. Ik hou met mijn beslissingen nu al rekening met spijt en emotionele pijn die ik later misschien ervaar. Hoe heftiger en emotioneler de uitkomst die ik vrees, hoe groter de kans dat ik mijn beslissingen erop aanpas. In ons werk is dat nauwelijks anders. Je zou wel voor jezelf willen beginnen, maar wat als je geen klussen krijgt, je huis verliest en onder de brug moet slapen?

Hoe heftiger en emotione­ler de uitkomst die ik vrees, hoe groter de kans dat ik mijn beslissin­gen erop aanpas

In sommige situaties voelen we meer spijt. Bijvoorbeeld wanneer je afwijkt van ‘normale’ keuzes. Je nam de auto terwijl je altijd de trein neemt, kwam in een file terecht en miste daardoor een belangrijke afspraak. Je sloot de winkel een halfuur later af en werd toen overvallen. Of wanneer je een ongeluk overkomt door je eigen handelen: je verkocht aandelen die daarna veel meer waard werden. Je neemt je leerlingen mee op ski-uitje, maar een van hen breekt zijn been. Had je maar niks gedaan.

Krampachtig

Geen wonder dat velen van ons liever geen keuzes maken, geen risico’s nemen. Ze zitten vast in een uitzichtloze baan, houden krampachtig vast aan protocollen en doen wat ze altijd deden. Het lijkt de oplossing. Toch krijgen zíj later waarschijnlijk spijt. Aan het einde van hun leven hebben de meeste mensen immers geen spijt van de dingen die ze gedáán hebben, maar vooral van alles wat ze níet gedaan hebben.

Deze column verscheen eerder in AD

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *